Het gebruiksgebied maakt het verschil
Een openbaar adres behoort tot de adresruimte die voor routering op het publieke internet wordt gebruikt. Een privé-adres werkt binnen een netwerk, bijvoorbeeld thuis of op kantoor. Verschillende woningen kunnen dezelfde privé-adressen gebruiken doordat hun lokale netwerken gescheiden zijn. Een openbaar IP maakt een apparaat niet automatisch bereikbaar: routes, firewalls en een dienst die verbindingen accepteert blijven belangrijk.
Privé-adresbereiken bij IPv4
De bereiken zijn 10.0.0.0/8, 172.16.0.0/12 en 192.168.0.0/16. Een thuiscomputer zou bijvoorbeeld 192.168.1.20 kunnen gebruiken om met de router te communiceren. Dit is een voorbeeld, geen meting van jouw apparaat. Niet ieder adres dat met 172 begint is privé: het relevante bereik loopt van 172.16 tot en met 172.31. Loopback- en link-local-adressen hebben andere taken en moeten apart worden bekeken.
Waarom apparaten een uitgang delen
NAT vertaalt adressen en houdt verbindingen en poorten bij, zodat antwoorden bij het juiste lokale apparaat uitkomen. Zo kunnen meerdere apparaten één openbaar IPv4-adres gebruiken. Providers kunnen nog een vertaling in hun eigen netwerk toepassen, vaak CGNAT genoemd. Het gedeelde bereik 100.64.0.0/10 is hiervoor gereserveerd en verschilt van de drie klassieke privé-bereiken. Of je een eigen openbaar adres krijgt, hangt af van de aansluiting.
Wat merk je hiervan?
Browsen en berichten versturen werken meestal zonder handmatige instellingen. Voor een eigen dienst of toegang op afstand moet je beter weten welke netwerkgrenzen ertussen zitten. Een poortdoorschakeling op de thuisrouter heft niet alle beperkingen bij de provider op. Ook IPv6 kent adressen met verschillende reikwijdtes. Zelfs een globaal adres vraagt passende toegangscontrole: openbare adressering en toestemming om verbinding te maken zijn verschillende zaken.
Garandeert WAN een eigen openbaar IPv4?
WAN beschrijft de interface naar het bovenliggende netwerk, niet het type toewijzing. Het adres kan privé zijn of door de provider worden gedeeld. Zelfs als het overeenkomt met een IP-controle, bepalen firewall, doorsturingen en providerregels de inkomende bereikbaarheid. Controleer bij externe toegang zowel toewijzing als beperkingen.